zondag 16 april 2017

Mijn kind heeft een voedselallergie en ik schijt in mijn broek

We zitten al een tijdje met een probleem. En met een tijdje bedoel ik de voorbije 23 maand. Onze zoon is namelijk al heel die tijd allergisch aan koemelk (of dat vermoeden we). Dat betekent dat wanneer het ventje zijn darmen in contact komen met koemelkeiwitten, er een reactie gebeurt die resulteert in veel en explosieve diarree.
Het heeft lang geduurd vooraleer we wisten wat er aan de hand was. Maanden heeft onze baby zichzelf ondergekakt, tot het uit zijn pamper liep en in zijn haar gesmeerd was en langs zijn benen naar beneden stroomde. We gingen van dokter tot dokter, en van melk naar melk, tot het kaka kuisen een deel van ons dagelijks leven werd.
Want melk zit jammer genoeg in ontzettend veel voedingsmiddelen. En wij waren niet altijd op de hoogte van wat we onze zoon wel of niet mochten geven. Dat hij geen glas koemelk mocht drinken en geen croissants mocht eten, dat wisten we.
Maar nu we ouder en wijzer zijn hebben we ook al geleerd dat onze zoon heel veel charcuterie niet mag eten, alsook bereide vleesproducten, bepaald brood, pistolets,... De lijst is lang.
Ondertussen heb ik hem al naar 4 verschillende kinderartsen meegesleurd. Er werd bloed onderzocht, zijn stoelgang werd onderzocht, er werd een echo van zijn buikje uitgevoerd, er werd een lactose-intolerantietest gedaan. Allemaal zonder sluitende resultaten.
En het kind scheet voort.

Ondertussen ben ik bij een vijfde kinderarts langs geweest, iemand die gespecialiseerd is in allergieën. Ze heeft hem onderzocht, (weeral) bloed afgenomen en ons naar huis gestuurd met strikte richtlijnen: 14 dagen geen halve gram koemelk. Ik schrijf nu minutieus alles op wat erin gaat en wat eruit komt, ik spendeer uren met het lezen van etiketten op verpakkingen en steek veel energie in het overtuigen van mijn omgeving dat hij écht niet mag bijten van hun koek of mag proeven van hun yoghurt.
Jammer genoeg zonder veel resultaat.

De diarree blijft. Elke dag. De ene dag zonder klachten, dat zijn de goede dagen. De andere dagen ziet mijn mannetje af. Dan zegt hij heel de dag door 'kaka', ligt hij huilend op de grond van de krampjes, schoppend met zijn beentjes. Ik mag hem niet vasthouden, ik kan hem niet troosten, ik kan alleen wachten tot ' de explosie' plaatsvindt.
En dan is het kuisen geblazen. Als ik geluk heb is het enkel een pamper. Soms ook kleren, en een douche. Soms is het pamper, kleren, douche voor Niel, douche voor mij, handschoenen aan, vloer opkuisen en dweilen.

Het is fucking zenuwslopend. Zeker nu ik weet dat die koemelk niet het enige probleem is. Er zal nog meer in zijn dieet moeten geschrapt worden, om te weten te komen wat er precies scheelt en op wat hij precies reageert. En ik vind het nu al zo moeilijk. Chocolade op Pasen? Voor alle kindjes maar niet voor de mijne. Stukje taart op een familiefeest? Voor iedereen maar niet voor Niel. Pistolets op zondag? Lekker, maar pech.
Ik mag ferm van geluk spreken dat ik een kind heb dat daar niet moeilijk over doet en een moord zou begaan voor maïswafels en aardbeien.

Vrijdag was weer zo'n dag. Niel was 's morgens opgestaan en was lastig. Hij wilde op mijn schoot maar ook niet. Ik mocht geen seconde van zijn zijde wijken. Hij had een dikke, opgezette buik en moest veel windjes laten. En dan kwamen de krampen. Hij gooide zich uit de zetel, op de grond, wenend en stampend, en ik moest hem gerust laten.
Ik stond klaar, met de doekjes en de pampers, en ook zijn potje stond klaar (want dat kan soms een zeer handig opvangrecipiënt zijn.).
Hij stelde zich recht, het moment was aangebroken. Ik nam hem op en deed snel zijn broekje naar beneden om hem op zijn potje te zetten, maar was jammer genoeg een halve seconde te laat. Op het moment dat ik zijn pamper opendeed, ging ook de kraan open.
Het liep over zijn pamper, in zijn pantoffeltjes, op mijn voeten, mijn broek, mijn handen, op de grond.
En ik had niet geslapen die nacht.
En ik ben zo zwanger en hormonaal.
En mijn klein mannetje keek mij wenend aan en zei beschuldigend 'Nieltje toch'.
En ik kon niet meer. Ik heb mij zetten janken, in de strontvijver op de vloer met mijn wenend kind, en kon niets beter verzinnen dan mijn moeder te bellen. Het was mamacrisis all the way.
Ik heb mijzelf en het kind opgeraapt, we zijn gaan douchen en tegen dat oma bij ons was, was de rust al weer wat teruggekeerd.

Maar ik besefte wel dat ik eigenlijk doodsbang ben. Want als Niel bij mij is en hij is lastig of hij wil aandacht of hij heeft honger of hij slaapt slecht of hij dropt een kakabom, dan heb ik een hoofd, twee handen en twee voeten die ik volledig aan hem kan besteden. Over zes weken zal Niel er nog altijd zijn maar zal er ook een klein mini baby'tje zijn. Misschien wel eentje die ook veel zal wenen, zoals Niel deed op die leeftijd. Misschien zal hij ook wel allerlei allergieën hebben. Of misschien zal hij een heel brave, rustige baby zijn, die toch nog aandacht en voedingen en verse pampers en badjes nodig heeft.
En als ik eerlijk ben, weet ik niet zo goed hoe ik die situatie had aangepakt als ze zes weken later was gebeurd. Het slaaptekort, de emoties, de hormonen, de huilende peuter, de stront... en ook nog eens zo een kleintje.

Aan Niel zijn probleem wordt nu hopelijk serieus gewerkt. Ik heb alleszins de indruk dat die kinderarts wel weet waarover ze spreekt en het probleem serieus neemt.
Dus met een beetje geluk zijn we er over een paar weken uit en zal Niel na de geboorte van zijn broer prachtige drollen boetseren die ik in een fractie van een seconde kan opkuisen.

Ik schijt gewoon zelf een beetje in mijn broek. En ik weet dat er miljoenen moeders mij zijn voorgegaan die geen twee, maar twaalf kinderen hadden. Als zij het konden, kan ik het ook.
Maar ik vind het eerlijk gezegd echt eng. Ik ben bang voor wat er komt, voor hoe ik ermee ga omgaan om opnieuw mama te worden, bang voor oude angsten en gedachten die gaan terugkomen en gaan overnemen.
Bang dat ik net iets te veel mijn geduld ga verliezen met mijn peuter. Bang voor het schuldgevoel, omdat ik mijn aandacht zal moeten verdelen, omdat er momenten gaan komen dat een van de twee zal moeten wachten als ze iets nodig hebben. Bang om alleen te zijn overdag, met niemand om die kakker of die bleiter eens uit mijn handen te nemen. 

Toen ik zwanger was van Niel, was ik in blijde verwachting. Ik kon niet wachten om eindelijk de droom van het mama zijn werkelijkheid te zien worden. Omdat de situatie voor mij anders is uitgedraaid, ben ik nu in bange verwachting. En misschien is dat voor mij nog niet zo slecht. Ik besef maar al te goed dat het geen walk in the park zal zijn, en dat er menig schijtdagen op komst zijn.
Lang leve het realisme.




1 opmerking: